Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 286 —
III.
Waerom zijt ghy soo langhen tijdt
Van ons absent, ach, lieven Heer!
Soo dat u schaepkens, onbevrijdt,
U heete gramschap voelen seer?
Denckt op u Catholijckc Kerck,
Door u ghesticht en ghcfondeert,
Door u verlost, u eyghen werck,
Daer ghy soo lanc in zijt gheccrt.
Heft op u voet, en nietter daet
Vertreet u viandea tot niet.
Door wie gecomen is het quaet
Dat in u kercken is ghesciet.
U teghenstrijders met gheschal
In uwe tempelen seer coen
Haer vlagghen stellen overal,
En toonen wat sy durven doen.
Waer men devotie pleghen sach
En Godt soo loflijck werd gheëert,
Waer hy ghedient werd nacht en dach
Daer sach men mensehen heel verkeert.
Met hamers, bijlen, en gheweer.
Als van den boosen gheesf beseten;
Het schoon eieraet, met groot oneer
Hoe sy dat al in stucken smeten!
Sy seyden in hun boosen moet:
„Laet ons 'tgheheel gaen destrueren.
En rooven al het kerckengoet,
Wy sullen 't noemen reformeren"
Dit liebben sy dan ooek ghedaen,
Soo met afbreken, soo met branden,
Waer ergens sy gheraeeten aen
De templen Godts, in dese landen.
Hoe langh, o Heer, hoe langh salt sijn
Dat u u vyant sal onteeren?
Is dan oneyndelijck den termijn
Dat sy u blijven blasphemeren?