Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 285 — .
Dat die secten sijn sonder glietal,
Alsoe ghy n\\ moecht aenmercken;
Lact varen die Guesen met hunne luesen,
Godt sal u in duechden stereken.
Men sietse nu preecken int openbaer,
Ende oock int duyster hier en daer.
Al om des vlees wellusten;
Lact varen die Guesen met hunne luesen,
Soo sult ghy leven in rusten.
Sy bringhen soo menighen int verdriet.
Met ghiften en gaven, soo men siet,
Soo legghense al hun stricken;
Lact varen die Guesen met hunne luesen,
Want tsal hun qualijck scicken.
Al hun goetken is bij ghesadt,
Sy meynen sy krijghen der papen schat,
Maert spel brinckt een calaengiën,
Laet varen die Guesen met hunne luesen.
Die coninck compt uit Spaengiën.
Dan sal hy se straffen alle ghelijck.
Die groot en eleyn, die arm en rijck,
Ende al tot hunder schänden;
Lact varen die Guesen met hunne luesen,
Godt bringhe den coninck te lande I
Nu laet ons bidden, alle ghelijck,
Godt van hier boven in hemelrijek,
Dat hun die Guese bekeeren.
En dencken die Guesen met hun luesen,
Sal men haest anders leeren.
Oorlof, princen, op dit termijn,
Ende dinket: het moet ghescheyden sijn;
O heere, laet my ghewinnen.
Opdat die Guesen, met hunne luesen.
Die waerheyt moghen bekinnen.
Die dit liedeken heeft gedicht.
Dat was een ruyter van herten Ueht,
Hy hevet wel ghcsongen;
Hy was onder die Guesen met hunne luesen,
I\lacr, Godt danckt, hy es ontspronghen.