Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 281 — .
Daer sy den Heer dienden in bidden en waken,
Dit^ 's Heeren bevel ende Godts goet ingeven.
Godt wilse vertroost van herten maken,
Ende naermaels verleenen het eeuwieh leven!
Den 5 Augusti, op den dach van Onser Lieve Vrouwen,
Sach men tot Yperen de beelden in stucken houwen.
Den 20 Augusti sijn de beelden verstoort
t'Antwerpen, ende van de ketters verschoort.
En den 17 Octob. hebben sy het welfsel bestaen,
Maer met sommighe ist qualyck voor hun vergaen.
Te Middelborch moestent mans en vrouwen.
Den 21 Augusty sélver aenschouwen.
Ten daghe voorseyt, te Licre gebeurt.
Dat men de beelden hun kleedcren scheurt.
Te Leyden was de selffste destructie swaer.
Den twee en twintigste Oost daernaer.
Het geschieden op sinte Barlholsmeus dach.
Dat men de beelden tot DeLfft affwoorpen sach.
Gent wert, met kettersche practyken.
Den twee en twintigste, gedaen van gelyeken.
Den twee en twintigste Oost, naer myn bediet,
Is 't selve sommige kercken tot Meehelen geschiet.
In den selven daghe, als iek 'tvernam,
Verdierif men de beelden t' Amsterdam.
Den vier cn twintigste Oost, wel getelt,
Sijn de beelden t'sHertogen Bosch gevelt,
Om het selfft te doen een menichte gcreet was.
Den tienden October, wie het lieff of't leet was.