Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 379 — .
Onsc-lieve-vrouwen oiiiiuegaiig te Antwerpen•
[„Zondag 18^0 Aug., wezende groote kennis van Ant-
weitpeii, waren al de gilden in vollen harnas en kostelijk
uitgedoseht, om de processie van 0. L. Vrouwe te verge-
zellen ; ook in de gelederen dezer burgerscharen was de
geest van hervorming doorgedrongen, zoo verre zelfs, dat
sommigen, naar het voorbeeld der Geuzen kalbasfleschjes
cn napjes aan hunnen hals droegen, en zoo volgden zij den
godsdienstigen omgang, benevens de speelwagens. Dit was
overigens de eenigste ergernis niet, welke daerbij voorviel;
iets dat de Koomschgezinden nog voel meer ontstichtte,
waren dc losse en vrijpostige vrouwen van het gemeen,
hetwelk murmureerde, blasphemeerde en de plegtigheid voor
loutere afgoderij uitmaekte. Ja men hoorde telkens roe-
pen : Maeiken, de uitdraegster / dit is uw laatste feestdag,
want men zal haest met u mosselen zieden" (Mertens en
Torfs, Geschiedenis van Antwerpen y IV. 329.) De Ordon-
nantie omtrent de pointen van dien ommcganck bedong des
ook den verwarden „Tijt present" in liet volgende „Lie-
deken," waarin gemelde vertoonde pointen weder worden
saam gevat.]
Aensiet den Tijt present.
Verwert met ergeliste,
Discordia, tvalsche serpent.
Houdt elck hert in twiste,
Duer den valschen raet,
Heymelijcken haet,
Gheveyst en quaet,
tBrengt tslants welvaert te quiste.
Maer Godts ordonantie goet
Hevet al in sijnen handen.
Die al na sijnen wiDe doet;
Daerna voecht u verstanden,
Duer tvierich ghebet,
Int gheloove net,
tVernuftich opset.
Brengt hy seer haest tot schänden.