Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 272 —
Dus roepen wy, want Godt verdroot:
Vive, vive le Geus !
Zy hadden nae ons bloedt ghevast.
Ons goet te nemen hadden sy ghepast.
Want sy maken ons fameus
Voor den eoiünek; maer nu roept ontlast:
A^'ive, vive le Geus!
Hertoeh Eriek i heeft hem sterck gheset
Teghen die waerheydt, reyn en net.
Met lancen ende speer.
Hierom gheeft Godt, diet heeft belet,
Loff, glory, prijs, end eer.
Den prins van Oraengiën triumphant.
Met andere baroenen hier int landt,
Zy waeren damboreus,
Godt inaeckte haer zijnen wille bekant; —
Vive, vive le Gtjus!
De deken van Ronssen om Gods woort bloot,
Hy heeft ghebracht menich Cluristen ter doot,
Met moede seer preus,
Daeromme roepen wy, eleyn end groot:
Vive, vive le Geus!
De marcgraef t'Antwerpen ^ is eenen tyrant,
Hy heeft de Christenen verdroncken en verbrandt,
Met nijde dangereus.
Dus roepen wy tot zijnder schant:
Vive, viv« le Geus!
Bisschoppen, prelaten, acht men nu niet meer,
Noch den paus met zijn valsche leer.
Want zy zijn venmeus.
Dus roepen wy teghen haer eer:
Vive, vive le Geus!
1 Hertog Erik vau Brunswljk, die van lutleraan roomscb -was gewor-
den en iu Woerden huisde.
2 Pieter Titelman, sedert 1545 kettermeesler in Vlaanderen-, de
koning was beier over Iiem tevreden dan de geuzen, en zond hem in
1565 een brief van »anmoediging, eu in 1567 een tweeden brief, om hem
over hetgeen hij voor de kerk leed te troosten, waarvoor hij hem tevens
ƒ1000 liet loetellen (Zie de Corr. de Phil. II. I. p. 369 en 523).
3 Jan van Immerzeel sedert 24 Üec. 1554 markgraaf van Rijen en
schout van Antwerpen, als vervolger der bervormingsgezinden aldaar
(;verg. bov., bl. 2Q3, 259) weinig bemind.