Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 9 —
den franschen prins Lodewijk waren gevallen. Geen wonder
dat Perrand zicli tot krijg gestemd voelde, zoodat hij zich, na
een tweejarigen voorloopigen strijd, aan het groote verbond
aansloot, door Keinoiid, graaf van Boen (Boulogne) togen
ïrankrijk gesloten, waaraan Engeland, Brabant, Hol-
land, Limburg, Namen, en keizer Otto IV deel nameu,
en dat in den slag van Bouvines voor de bondgenooten zulk
een noodlottig einde nam. !Ferrand werd gevangen, en,
volgens de Kronyk van Vlaeuderen (van 580—bi. 130)
„ te Parijs geleidt, by wylen te voet, by"wylen te wagho-
ne, oude by wylen te paerde, eude alt folc liep nae den
grave Terrand, al gheckende, cude liedekens al singhendo
ten schympe van hem." En:]
Ferrant portent dui auferant,
Qui touz deux sont de poil ferrant.
Aussi s'en va lié en fer
Li quens Eerrant en son enfer.
Li auferant de fer ferré
Emportent Ferrant enferré.
[zoo luidt het rijm, volgens de overlevering door het volk
gezongen.]
1227.
Bisschop Otto II van Utrecht.
Lippia me pavit, Trajectum pontifieavit.
Tandem sors nocuit, quia me Coverdia stravit',
Annis bis deuis septenis m. que dueentis
Ad vada vaccina patitur miscranda ruina
Bernard Tyronis in festo Panthaleonis.
1 Item Otto iste de Lippe caplus est ante Coeverdeu, et multis
poenis est interfectus ; primo excoriabant toiisuram eius , et sic projece-
ruut enm in sterquilinio et conciilcabant eum ibi,
Coeperunt circumferri tum cladera significantes vorsicult. (Chronica;
de Trajecto et eius episcopatu ia Matth. Anal. 4u ; V. p. 337.)
[Rudolf (Koelof), de kastelein van Koevorden, was inliet
jaar 1225 met Egbert, den burggraaf van Groningea, iu