Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 268 — .
Dit vals wijf ghinck Met eenen dubblen gronde.
Een ouderlinok Groette sy metten monde,
Segghende: Vrient, Myn geest is seer verslagen,
Goet raet my dient, Hoe ie mach God behagen;
Ons paep, die vuyl katijf,
Verdruct my arme wijff,
En gy weet doch de waerheyt,
Hoord ic eens arme schaep,
U dienaers met den paep,
Myn herte voer wt zwaerheyt.
Christoffel eloeck. Dragende Cliristmn binnen.
Heeft snlek versoeck Aengenomen wt minnen,
Tweemael dispuyt Hadden sy met hun beyden,
Die paep, den druyt, Moste met schänden seheydenj
Doen heeft dat wijf geseyt:
Den paep my niet meer greyt,
Vrient, ick wil u acncleven;
Stelt my een ander dach.
Dat iek u hooren mach,
Ick soeeke d' eeuwich loven.
Daer wert ghestelt En een dach toe vercoren,
Maer 't wiert vertelt Den marcgraef • van te voren,
Dat hy alsdan Keerstelijck waken woude.
En volghen an Daer dat wijf ingaen soude;
Den tweeden July vrocch,
sMorgens alst sesse sloegh,
Christoffel kloeck van daden.
Quam daer als predicant.
Dat wijf gaf hem de liant.
En heeft hem soo verraden.
Want eorfs daernaer. Quam de marcgraef bloetgierich.
En vingh aldaer Den harder goedertierich,
End leyd hem stranck Opt Steen; met veel tormenten,
Op die pijnbanck, Vraechd hy zijn adhercnten;
Christoffel, onvertsaecht,
Sprac: wat gy my ooe vraecht,
Vraeeht niy na mijn gcloovc;
1 Heer Jan rau Immcrzeele, zie ben. bl, 272,