Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 264 — .
En Jan de Cudse oock mee,
Op de merckt haer leven gelaten,
Saeehtmoedieh, willet vaten,
t' Antwerpen binnen der stee.
Int jaer van seven en vijftich,
Marten saeywever ras,
Joris, de oude cleercoper, niet listich,
Willem droochscheerder op dat pas,
Peter de backer oock daer was,
"Victoor en gmck niet bezijden.
Op de merckt moestense lijden.
Int vleesch broos als glas.
Na huys was Jeronimus' verlangen,
Met Lauwereys van Gelder, aensiet,
Peter de meulenaar was mee gevangen,
Jacob van Iperen, vaet dit bediet,
Marten de Wael vergaten sy niet;
Omdat sy op Godt betrouden,
Sijn sy den hals afgehouden,
Dit is op den Steen geschiet.
Margriet Jeroons huysvrouwe.
En Janneken op Dexterlaer,
Claerken was oock getrouwe,
Op den steen verdroncken, niet openbaer,
In de Scheldt geworpen daernaer;
Daer heeft mense sien drijven,
Op 'twater, met schoone witte lijven.
Dat bleeck wel also claer.
1562.
Kieawe bisdommen«
[Hoe weinig welkom de nieuw benoemde bisschoppen
den volke waren moge uit het volgende kort-en-krachtige
dichtjen blijken, dat den tijde van Sonnius'intrede (IG Nov.)
in den Bosch „onder den gemeynea man ginck,?}