Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 3C2 —
Comen sy lüer tot schänden,
Ist niet een jammer groot?
Dit heeft men wel connen aenschouwen
t'Antwerpen, in corten termijn,
Hoe veel dat men sach benouwen.
Die voor de waerheyt gestorven zijn ;
So seggen wy, o Heere tijn!
Geeft u knechten moet teu desen.
Als sy so vervolget wesen,
Dat sy aenschouwen u aenschiju.
Joncker Jan van Immerceelen i,
Is gecomen binnen der stadt,
Marckgraef geworden, hoe soud' ickt heden,
Int jaer duysent vijfhondert plat
En vijf en vijftich, verstaet wel dat.
Heeft hy beginnen te ontleden,
Die sochten te leven in vredeu:
En wandelen den rechten padt.
Ten eersten ooek al voren.
Peter met den creupelcn voet.
Jan droochscheerder, wilt hooren,
Hans borduerwercker, zijt dit vroet,
Frans sweertveger, met der spoet.
Deze zijn vrijmocdich gebleven,
Op de merekt verlieten haer levcu,
En verwachten den Bruydegom soet.
Tanneken van der Leyen,
Een jonge dochter van Gent,
Die en sal niet meer sclueyen,
Lx de Schelde haer leven gheëut;
Eartholomeus Potbacker bekent,
Daerna Rommeken gepresen,
God haddese uitgelegen,
Sy storven op de merekt present.
Int jaer van scseu vij flieh,
S'yudcr twee gegaen in vree.
Seer wijs en ooek voorsichtich ^
Abraham, die seer wel dee,
1 Zie hek LI. 212.