Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 259 — .
■Ghelijck men siet twee leeuwen.
Dat als sy sijn bespronghen,
En seer ras overdrongen,
Met iuyehen en met seUreeuweu
Van veel landslieden grof.
Die heur met scherpe pijlen,
Met bussen, boghen , staven,
Willen dooden en straven ,
Den boeren niet en wijeken.
Maar heur weeren met lof; —
Alsoo sach men dees Heeren,
In de Eransoyse benden ,
En verslaghen met eeren,
Cloeckmoedigh, onversaecht,
Ten lesten viel ter eerden,
Deur veel wunden en kerven,
Egmonts peert, dwelk most stcr\'en;
De ruyters hem aanveerden,
En hebben hem gevraecht:
Wilt u ghevanghen gheven.
Want u peert is er bleven,
En gij vint u gheplaecht.
Mer4ct nu een stuek van trouwe,
Weerdich te zijn ghepresen .
Een stuek, dat men, by desen ,
Soo lofwcerdich mach houwen,
Alsser oyt is geschiet:
Als van der Noot bevonde.
Dat Egmont was te voete,
Duer sijns peerts doot onsocte,
Sprack hy met heusen monde;
Gheselle cn vreest toch niet,
En wilt hierom niet suchten,
Maer sprinct lüer, sonder duchten.
Op mijn peert, 't is u, siet. -