Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 253 — .
So Christus getuyclit in zijn leer;
Doen moest hij in den kelder neer,
Daer was hij wat beneden.
Alst was ontrent een uer geleen,
Quam hij weer voor de staten;
Peter, ghij zijt verleyt, sprack ecn.
Wilt ghij u niet leeren laten?
„Ja ick geern, hij antwoort gaf,
Sy zijn ousalich, die de straf
En onderwijsingh haten.
Neemt ghij een Testament ter hant.
En wilt my onderrichten;"
„ Wy zijn geen leeraars valiant;
Wilt ghij niet, om te stichten.
Hebben deweleke priesters zijn? —
„ God is de beste priester fijn,
Die sal my wel verlichten."
Daer na brachten sy hem ter banek,
Pijniehden hem verveerlick;
Hy wert aldaer gereckt seer lanck,
Eu uitgewonden deerlick;
Jammerlycken is hy mismaeckt.
Maar 't geloof heeft hy niet versaeckt,
Maer beleedt Gods naem heerlick.
Dus heeft hy 's doots vonnis ontfaen,
Na des keysers statuyten.
Ter galgenwaert moest hy heen gacn ,
Lyden versmaetheyt buytcn,
Met Cln:isto zynen Hey lant soet;
Maer, want sy merckten 'tvroom gemoet,
Deden hem den mont sluyten.
Als hy so aeuden pale stont,
In smerten ende pijnen.
Met eeacu bal in zynen mont.