Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 249 — .
Maer wat ist, dat ghij hout vau de misse,
Ende dat hooehweerdige saerament? —
„Van sulex eu las ick noyt yet ghewisse,
Maer wei van 's Heeren avontmael jent."
Sy sprae so veel scluifts ter zelvcr stonde,
Dat sy aldaer seyden in 't gerecht:
De duyvel die spreect mt uwen monde; —
„Ja, niet meer dan zijn Heer is de knecht."
Segt, de kinderdoop mach die niet vromen.
Dat ghij u wederom doopen liet?
„Neen, niet weer ben ick daer toe geeomen,
Alst eens op mijn geloof was geseliiet."
Mogen de priesters ooek sonde vergeven? —
„Neen sy, hoe soud ick gelooven so?
Christus de eenige priester verheven.
Die alleen reynicht ons van sonden snoo."
Daerna, sonder lange te verbeyden.
Erachten sy Lijsbet voor den raet.
En mitsdien lieten sy haer doen leyden
Li den pijnkelder, voor den hencker quaet.
Wij hebben u noch alleen tot huyden.
Niet dan met goedicheyt aengcgaen,
Maer wilt ghij ons vragen niet beduydcn,
Met herdicheyt willen wij bestaen.
Sij lieten haer twee duymysers setten,
Als sij niet wilde lijden in lanek,
So dat sij duym en vingeren pletten,
Datter H bloet ten nagelen uitspranck.
„Och, ick cn macht niet langer verdragen!"
Belijdt, men sal verlichten u pijn;
„Helpt mij o Heer! spraek sij met clagen
Want ghij zijt een noothelper fijn."