Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 248 — .
geen harer geloofsgenooten aan te brengen, gebleven was,
den Maart verdronken. — Wij bepalen ons bij deze
en nog een of twee volgende proeven uit de tallooze doops-
gezinde" martelaarsliederen uit de l(je ^euw, die steeds
de stipte en getrouwe berijming bevatten der proza-be-
riehten, ons van hun bedrijf en lijden bewaard.]
't Was een maeehdeken van teeder leden,
Elisabeth dat was haren naem,
De weleke was woonaehtieh ter steden
Van Jieeuwerden, een stede bequaem.
/
Iu Januarie wert sy gevangen,
Het was in 't vijftienhonderste jaer
Negen en veertieh, sy had verlangen
Na Christum, dien sy beleedt aldaer.
Men braehtse op 'tblockhuys in corten wijle,
Daer hebben sy haer gedrongen an,
Ey haer eedt te seggen, na 'swets stijle.
Oft sy niet cn hadde eenen man.
Sy heeft geantwoort, als sy dit hoorden:
„Te sweeren ons geensins betaemt,
Jae, jae, neen, neen, sullen zijn ons woorden,
lek en ben met geenen man versaemt."
Men seyt, als dat ghy verleyt veel lieden.
En dat g^j ooek een leerersse zijt.
Dus wilmen dat ghij sult bedieden.
Wie ghij geleert hebt in u tijt.
„Och neen, mijn heeren, laet mij met vreden
Van desen, en vraecht na mijn geloof,
Geern wil ick u daer van geven reden;" —
Heeft sy gesproicen voor blint en doof.