Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 211 —
Maer iek eu wil niemant bysonders befaraen,
lek wilsc wat lamen,
Maer wie dat schuit heeft, dio trcckct tc beenc,
Hebdy ghedoolt, pijnter u af te schcenc,
En doet u ambacht, 't sal n meer vramen,
Oock boter betamen.
Daer salder noch vele hen selven pramen.
En oock beschamen door hun valsch vermeten.
Dit werp' iek in 't hoopkcn, deylet te samen;
Uwer alder namen waren quaet om weten,
Vcrghevct my, heb icker yet vergheten.
lek heb my gequeten, maer blijfter noch ccn reste.
Die sal iek betalen, al en soude iek niet eten; —
Moeydde hem elc in 't sijne, dat wacr hem 't beste.
II.
O Godt, wat hooren wy nu al rumoers,
Onder gheestclijck, weerlijek, al de werelt deure!
En die hen selven heetcn Christen-broers,
Vervullen Christenrijck mot crreurc.
'tIs al Cliristus, Christus, achter cn veure.
En sy en willen niet doen naer sijn bevelen ,
Maer gheven den vlecsche al sijnen koure.
Niet achtende, al soudt den geest bequelen;
Sy soudense gheerne al moorden cn kelen,
Die hen contrarie pijnen te zijnen.
Al hun beghcertc is rooven en stelen;
Dit doen sy al, in evangelischen schijne.
Ist paep, munck, nonne, ofte beghijne.
Al dat gheestelijcken naam draeght doen sy verdriet.
'tHeeten bruerkens in Christo, maer iek segh 'tmijne:
'tZijn bruerkens in Kisto, die 'twel besiet.
'tGoet is ghcmeene, dits al hun segghen.
Onder de Christen-menschen, hoort wat praetijcken,
Hoe dat dees boeven daer op toclegghen,
Dat sy ander lien goet naer hen mochten strijckcu.
IG