Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 236 —
Longeval ginct den koninc entdecken.
Die conine op den bnyt gaf zijn avijs,
Soe dat hi hehiel den hoochsten prijs.
Hadden ïranchois, Merten, Cleve dit laten staen,
Oft dat Cleve dopset hadde wtghebracht,
So souden zy wijssclie hebbeu ghedaen,
Ontgacnde pene, den keyser niet verwracht.
Restoor zijnso al sculdich van scaey, roof, cracht,
Ic dincko den keyser salt langhe onthouwen; —
Want lang glieborcht en es niet quijt ghescouwen.
Te wilen dat Merten volde zijn expeditie,
Sach men Loven groote devotie pleghen,
In wercken van oetmoet, en van iustitie,
Waer in die eere Gods meest was gheleghen;
Men voerde processiën, in straten, in weghen.
Stille en tamelijck, sonder commocie,
Wel hem, die pleghen goey devocie.
tSaerament op den nierct was hooghe verheven.
Die geestelijcheit ginck tgroot ghebet volherden,
Eick heeft tsacrament glorie toeghescreven,
En gheadoreert nae der godlijcker weerden,
Oetmoedieh, bloothoots, liggende ter eerden,
Roepende alle die daer waren present:
Loff! heylich, ghebenedijt Sacrament!
Men ginck daer openbaerlijck celebreren.
En dofiicy doen, devoot en solemneel,
Eick ginc hem ooe seer humiliüren.
Licht dragende in de hant, ecl en oneel,
Elc danckte God, gecstelijc, temporeel.
Die stat tsamen en die universiteyt; —
Geen suetcr duecht dan eendrachtige dancbaerheyt.
Met den Lovenaers dan maeck ic mijn conclusie.
Want sy meest in perikel hebben geweest j
Loven, blijft wijs, en maect geen collusie,
Danckt God dat ghi soe van u quetse gheneest;
Ons macht en es niet, alsoe men leest.
Bekent dit, opdat die plage van u vlie.
En opdat u gheen erger en ghescie.
Wilt allen God bidden voer dese plagen.