Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 233 —
God proeft eu castijt, iioclitaus salveert zijn kinderen.
Merten en zijn volc werden ook seer laf.
Want God sont hun ooc grooten grou en vreese.
Want horende tghescut van Loven straf.
En haddensi nict meer moets dan ecn meese;
dEen sprone in de'gracht oft in die wagenleese,
Dander verscrickte; ten ginc met hun nict wel,,
Gelijc God dede metten kindereu Israël.
Want u God gracie gedaen heeft menichfuldich,
Scickt hem die glorie toe, en glorieert niet,
Ghesciedet noch, ld en es u uiet sculdich.
Al heeft hijt eens ghedaen, God cn tenipteert niet;
Van volcke en blijft dan onghefurneert niet,
Neemt volck, behulpt u dan, en maect eenen moet; —
Als dcnde goet es, so eest al goct.
Maer eer Merten seiet van der banek wt cloostere.
So ghesciede daer noch eeu reyn historie,
Sy braken ontstucken bac, panne, en roostere,
Huysraet, scutsele, glasen, reyn als yvorie;
Een hoeve ontdroech des sacraments eyborie.
Wetende Merten al sulck vermetelijc quaet; —
Die consenteert, die es ooc sculdich der daet.
O boose kuccht, violeerdi so Gods vat!
Glu souwet bat in oetmoet hebben ghecust,
Ü Merten, Merten, passeerdi ooc dat.
So hebdi als ecn sacramentaris lust;
tVier was daer ooc ontsteken, maer twerde geblust;
Voer uwen adieu was dese martilie,
Want men pleech wat te scincken voer die familie.
Merten, ghi wout elc maken een Lovens doctoor,
Maer nicmant cn was ghelecrt genoech beseven, \
Ghi wout den clercken nemen hun trezoor,
^Maer si hebben met hulpen u selve verdreven;
Dus laet vorts die clercken met vrede leven
Met den Lovenacrs, so volchdi goet avijs, —
Die goeden raet volcht, die cs seer wijs.
Merten es allinskcns van Loven ghetoghen,
Doer Corbeke en Raesborch ten iersten male,
Neeryssche met brande si ooc doervloghen.