Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 221 —
Kerken, godshuyscn voeren daer oeck aL<oo,
Glii dochtet, daer was oeck gelt bi lode,
En speeialick tgodshuys van Tongerloo
Was gebrantscat, en van Everbode,
Want u volck was erger dan turck oft jode,
Tyrannich, wreet, quaet, vals van betrape; —
Man seyt geraeynlic: sulck meester sulck cnape.
Gelue u toevloyende, alsoe u dochte,
Doer sulcke een geluckige reyse.
Hebt doen vergaderen u valsch gedrochte,
En het gesciede oeck naer uwen gepeyse,
Eick quam gereet, als wten heischen forneyse;
Ghi stont, daer si u gingen om tomringelen,
Gclijck Lucifer tusscen zijn ingelen.
U verwaentheyt giuck daer gloriüren,
Seggende: „broeders, tsal al goet werden,
Ghi siet tgeluck wilt heel floreren,
Soe moeteu wij dan al voerder terden,
Lact frisch marceren, met groete scerden,
Wi sullen gaen danssen den dobbelen keer,
Hi en doet niet, die niet en doet noch meer.
Broeders, mits dat die dagen zeer heet zijn,
Eick behoeft een cleet gemaect met abelheit,
Ic sal u leyen daer ghi sult gecleet zijn,
En daer van stoffe es coever en planteyt,
Gouwelaken, flueel, ja eramezijn gheseyt.
Satijn, damast, ghi sult mogen kiesen,
Ea, die kuese heeft, can qualijck Verliesen.
tAntwerpen cooplieden sal ic u maken,
])aer sullen wy leckerUcken drincken en eten.
En daer men met der ellen vercoopt dat laken.
Wij selent al met der spiesen wtmeten,
Gebrect ons geit, die munte es daer geseten." -
Dus verhief hem Merten, die ovcrtredere,
Maer die te hooge vliecht, die valt wel nederc.
Dus groot en eleyn, met eocx en scommelen,
Ja de leger geheel toech naer Antwerpen,
Met gescut, pipen , en trommelen,
Blilijck, oft geweest hadden luyteu cn herpen,