Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 213 —
Daermede hebt ghy u hoogheyt verbeurt;
Dus ghijt betreurt, want 't was verboden.
Hadt ghy op u huysen niet en ghevloden
Als een beginsel om commotie te bedrijven;
Hadt ghy den franschen conine Vlaenderen niet gaen nooden
Als giiy met bloedighen letteren aen hem gliinet schrijven;
Hadt ghy vrouw Marie gheweest onderdaen;
'Maer neen, ghy hebt verbeurt u lijven;
Noch dinghen noch kijven en hebt tot u waen.
O Ghendt, tis qualic met u vergaen.
Al u vermaen, was: „dits al ons gherieven!"
Nu hoort men u segghen: „wats u gheliefven?"
De keyser liet u in uwe possessie,
Pacysibelic, sonder te molesterene,
So langhe als gliy waert sonder transgressie.
Oft excessie van sijns bevel ordineren;
Maer als ghy daer teghens glünct opposeren.
Die was ende is u overhooft,
Hy en heeft u niet laten persevereren,
Maer, om u blameren, gheheel gherooft.
V stadt te regierene waerdy alleen ghelooft
Dekens en huever-dekens te stellen in gouvernemente,
Poorters sijnde der stede, onverdooft,
In uwen raet ontschooft was by uwen consente. (?)
In oorloghen waert ghy alomme dexcellente.
Gheen ruyters rente en hadt ghy ghebreck;
Want machtich ghenoech was u bestreek.
'T fy, dat ghy nu hebt so qualic gheleeft.
Dat ghy *t voorschreven al hebt verloren.
In subiectie ghy nu voortaen sneeft;
Men gheeft gheen gratie in hittighen toren;
Want door 't casteel moeten lianghen u ooren.
Dat van den keyser nu wort ghesticht.
Om u te regierene; ende daer werden ghecoren,
Capiteynen, waer voren uwe macht nu swicht.
Uwen wille is al ter neder gheslicht;