Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 210 —
XJwcu heere ende prince is op u ghestoort;
Dus naeet u voort drue tot in den hent,
't Weic heeft ghedaen u quaet regiment ;
Daer en eomen gheen plaghen sonder misdaden.
Ghy waent wel hebben Ylaenderen ghesehent.
Als sijnde verblent eude qualic beraden;
Ghy gliinet uweu heere ende keyser versmaden,
Stoutelie segghende: „de man is doot;
Vlaenderen is onse; wie maeh ons schaden?
Lact ons nu versaden onsen wille, sonder noot."
Metten eeuen voet bloot, sydy int graff.
Waer blijft ghy met uwen vermetene groot?
Men siet u nemen dat men u voortijds gaff.
Ghendt, ghy meught u nu wel schamen
Boven allen lauden, dorpen, ende steden:
U selven hebdy ghedaen veel blamen;
tIs tuwer ouvramen, eude ellendieheden.
Daer ghy waert tslot der weerelt beneden.
Van sterekten ende grootten alomme vermaert,
Ghy cn wildet metten uwen niet sijn te vreden;
Dus affgesneden is uwen baert.
Onder uwe subiectie wasser vele bewaert;
Over landen ende dorpen hadt ghy regnatie,
't Welck ghy al quijt sijt, ende blijft beswaert.
Voor vrueght verclacrt liebdy nu blamatie.
Van niemant en hebt ghy cousohtie;
Te deser spatie u vrienden vluchten.
tEynde der blijdschepen is weenen cn suchten.
Over Ypre ende Cortrycke hadt ghy dominatie seere,
Audenaerde, Aelst, Deynse, ende Dendermondc,
*t Welc u ghenomen is, tuwer oneeren;
Meest Vlaenderen was u subieet int ronde;
't Is seer verkeert iu corten stonde.
Daer ghy waert meestere sijt knape bedeghen.
Al beyt Godt langhe, hy pugniert de zonden.
t'Mijuen oorconden, nemet int pleghen.