Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 201 — .
Hy macckte sijn wijff alle dage vermacnj
Dat hy een besten tabbaert most hebben acn,
Ott van Haeften en is niet wel van Homborch gestelt.
Want die Coenrocts en lieeft voorlag geen geit.
Men scliynckter niet meer, men scllUl'ter niet meer
Dat steeckter heurer veel nocli in den krop,
Sy bijten vast op heure tanden tegens malkanderen ,
Sy wachten of den tijt yet wilde veranderen,
Daer isser noch veel meer, maer wy willent daerby laten.
Want ten is niet te pijnewaert meer mentie af te maken.
Dus hoop ick aen Godt, mijn Edele Hoeren, '
Alst hem verdriet soo salt weder-kceren.
Dolle Gijs, Vera, enz.
Men vintet in de boecken beschreven,
Het seggen oock die out sijn van leven:
Het mach wat loopen, mer ten mach niet duren,
Mer sy moeien loopen metten hoofde tegcns de muren;
Het beginsel en docht niet, hoe sont eynde deugen?
Want het is altijt onderhouden met groote leugen.
Die leugen hebben sy gcset ter audientie.
En sy iiceft leugen uitgegeven voor sententie.
Die leugen is lüer uyttermaten wel gehoort.
Die wacrheyt leyt heel onder de voet gesmoort;
Dus segh ick u, Princen, wilter opstaen.
Die waerheyt sal noch in 't eynde te boven gaen,
Sy heeft heel gelegen al hadse geslapen,
Heurer veel selse vroech genoech ontwaecken.
Wy willent hier tsamen mede laten staen,
Want het radt van avontuyren sal eens omslaen-
Dolle Gijs, Vera, Aert van Wulven, en Venroy, met Jan
(de Wael,
Verslinden dat sweet ende bloet van den armen \vichteren
(altemael.