Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 200 —
Die Klockegieter, die siju vader aen een staeekis gebrandt.
Die eaneelleerden des vorsten zegel met zijn handt.
En spraek oneerliek voor die poorten van der stadt.
Die Vorst souder hang;^ een seugh voor dat gat,
lan Aertsz. van Beusig^, laeob Vermaet, Rutger Clutmek,
Dese bedreven ai gewelt met Ereriek de Kouiuck,
Dan isser Willem KnijfF, laeob Blom,-ende Pieter Pieterszoon,
Die Stam van Boyen, Direk Mor, Seherpenzeel, lan Ba-
ren tzooa ,
loost van Eyek heeft die kamerkens noeh eens geschat.
Veel meer danse gekoft waren, verstaet wel dat,
Is dit niet schande, waer ment hoort voor eenige Heeren? —
Alst Godt verdriet soo salt eens wederkeeren.
Dolle Gijs, Vera, enz.
lan van Baephorst, Koeverden, lan van Wijck Willemsoon,
Dese hebben scherp geraden met Dirrick Barentszoon,
Ende metten geschickten, die ter reeckeninge waren gestelt,
Daer Adam van Diemen of was die 't opspelt,
Hy seyde hy woude hem die rechte potaerdt wijsen,
Alsoo veer als hij weder by den brije mocht blijven,
lan Evertsz., ende Grt)yert in de Kloek, zyn Swager,
Sy reeckenen dat sommige al worden mager,
Ick en kan alle dese reeckenaers tsamen niet noemen,
Diet dc goede luydcn vast uyt den buydel hebben genomen,
Sy mosten 't heur daer brengen al haddense geweest sot.
lan Evertsz., als opperste, hielter doe mede lijn spot.
Het mocht sommige in 't einde noch wel opbreeckeu.
Want ten isser harer veel noch niet al vergeten,
lek hoop aen Godt dat dit niet langer en sal staen.
Want het radt van avontuyren sal noch eens omslaen.
Dolle Gijs, Vera, enz.
Direk Winter, een jonghman van bescheyt,
Soo als hy Gijsbert Cluytingh dickwijls heeft geseyt,
Hy waer weerdich een ruste stoel te besitten,
Soo wel' als hy hem mette Coenroetse kan schikken,