Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 199 —
Dat verdroot Grietgen al te seer, zijnen wijve,
Sy gaf hem gimber, ende seide: Gerrit weest nu een man,
Want hier leyt u eer ende eeuwige welvaren an,
Sweer vau Zuylen wordt van Lambprt Sonoy gehaelt.
Dat hy duyr, metten lijfF ende lev0n, heeft betaelt,
Hy wort gestooten, doe sprack hy wat heb ick gedaen?
Die goede borgeren en-hadden my niet misdaen,
Sy smeten die glasen overal uyt met groot gewelt,
Daer was Frederick de Köninck of een groot helt,
Gerrit van Swol, die hadt dese wercken besocht,
Want hy hadse te Asperen weleer volbroeht,
Doe waren die gewelders al te samen in eeren,
Alst Godt wil soo salt wederkeeren.
Dolle Gijß, Vera, enz.
Heer lan van Uchtenbroeek liep tot lan van Sant,
-Daer deurstack hy een Crucifix, dat hingh aen de wandt.
Van dit feyt hoort hy te dragen een eeuwige naem;
Michiel de Backer, die was dit seer aengenaem.
Dat hy nu mocht een deel goede borgers verjagen.
Die Coenroets die woudent nu al tsamelick wagen,
Hack, Woutertgen, Gerrit van Nimmegen, ende Snottebel,
Barent in de Bontekan, dat is ooek een goet gesel.
Thijs Huygensz., Cornelis zijn broer, zijn meesters van dit s^kïI,
Dat weet"loost van lliecheyn ende deu Boer seer wel.
Dan isser Hendrick en Gijs, twee vercken-drijvers.
Dit sijn al gewelders, vechters, en kijvers,
Gijsbert Dierick, die van quaetheyt dol is.
Omdat hy voor geen overste verheven en is,
Dese hebben die borgers met groot gewelt aengegaen,
Daerom salt radt van avontuyren eens omme slaen.
Dolle Gijs, Vera, enz.
Gerrit van Eek, die vol is van alle dese wercken,
Die koft van Schalckwijck die geroofde vereken,
Gijsbrecht Cleutingh, die altijt spreeckt van stijve necken.
En kan immers die kovel aen den hals niet trecken.