Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 195 —
d'Een heeft gestolea, d'aaderen t' Asperen geraoort ea
geploudei't,
De derde is sijn vader gebrandt aen een staeeke,
Diefte, verraderije, straet-sehenderije, en luiys-braeeke ,
Misschienissen van vrouwen, ende alle quaet bedreven,
Goede gesellen met onrecht genomen 'tleven;
Dat wraeck roept, en men salt van allen Heeren verwerven:
Waerse komen . sy moetender oni sterven,
Trecken sy in Duitschlandt of in Wals,
'tGelt hen allegader den hals.
11.
Hoort doch alle steden ende gemeynlen hier omtrent.
Wat t'Utrecht geschiet is om te hebben 'tregiment;
Spiegelt u acn een kleynen hoop lichte boeven,
Die niet en hebben al datse behoeven;
Om haer handen in de blaenwe sack te steecken,
Daer hebbense hen groote dingen om vermeten,
Sy wouden die stadt van Utrecht heel vry maecken
Yan excijnsen, van ponden, ende renten van de staten;
Hier hebbense om gemaeckt meenige muyterije.
Eer sy ten eynde gekomen sijn van dese boeverije;
Dat mach hem meenich goet borger beklagen,
Datse hen soo op Sint-Jans-kerckhoff lieten jagen,
Daer niet en geschiede dan klaer gewelt;
Met: ja, ja te roepen hielden sy het velt, .
Sy verdreven die borger die niet en hadden misdaen,
Daerom salt radt van avontuyren wel omslaen. (de WaeL,
Dolle Gijs», Yera, Aert van Wulven, en Venroy, met Jan
Yerslinden dat sweet ende bloedt van den armen wichteren
altemael.
Hier was Marcus van Wees af opperste capiteyn.
Met Köninck, Renes, Leuwenberch, Venroy, algemeyn,
Nieveld die hem selven Domdeecken doet -schrijven,
Maer mostet binnens jaers bewysen sou hijt blijven.