Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 214 —
Cornelis van Meerten, rekel onvroet,
U kinders mogea wel roepea: ó wy, 6 wach,
Ghy boodtet sant, doemen sonde rechten aen bloet.
Dat tot uwen hiyrse in de kelre lach;
Ghy hebt u selven daer mede veracht.
Om gerekent te wesen in de verraderije,
't Is wonder dat ghy enz.
Jan van Wijck, de proncker geheeten,
Met uwen neve, Jan Slingervoet genaerat,
Ghy sult noch vreesselijek worden verbeten.
Omdat ghy in 't Sticht vyerde den eersten brandt
Aen uwen Landtsheer goet; ghy waert qualijck-bedacht
Nu moet ghy sitten in eygensehap, onvrije,
't Is wonder dat ghy enz.
Adam van Diemcn, u suster, de weduwinne,
Hadde van herten seer groot verlangen.
Dat sy noch soude mogen spinnen
Den bast, daermen den blaeuwen bisschop aen mocht
Hoe mochtse sijn soo qualijck bedacht! (hanghen;
Sy komter noch in last om, segtet haer vrije,
't Is wonder dat sy niet en heeft bedacht,
Wat last dat komen mach deur heur valsche partije.
Hier mede wil ick een eynde gaen sluyten.
Want mijn schrijven dat is nu gedaen.
Nochtans die Coenroetse en mach daer niet blijven buyten,
Ick heb lüer noch stede laten staen:
Michiel de Backer, Heyn Kloek, Gierrit van Swolle,
CorncKs Hack, Gerrit van Nimmegcn, Peter Kop, Holle,
Gerrit van Koyen, Peter Snottebel, Joost van Eyck,
Cornelis den Boer, sijn gesel Thijs Huygenszoon, Blejck ,
Ende sijn Broer Heyn, den Verckemaecker,
Met Bontekan en Selierpensccl, versaeckcr, (gesondert,
Crijntgen en alle die Coenroetsen tsamen, uiemandt uyt-