Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
8(J3.
Markgraaf Bondewljn I, de IJzeren, van Vlaanderen.
[Als met de eerste Diederiken voor Holland, begint voor
Vlaanderen niet de eerste Bondewijneu de historische tijd.
Brugge is voor dezen wat Egmond voor genen was, de
plaats, van waar, in verband met haar heiligen, hier Ael-
brccht, daar Sint Donaas, hun macht uitgaat. Overigens is
de verheffing van den eersten Boudewijn, én met minder
betwiste ^, én toch met romantischer omstandigheden tevens
gepaard, dan die van den eersten Dirk. Wat de eerste be-
treft: Karei de Kale gaf, in 8G3, op voorspraak des Pausen
(Nikolaas), en ter beproefde voormuur tegen de Noormannen,
de streek land -waarvan Atrecht, ten Zuiden, en Brugge, ten
Noorden, de voornaamste plaatsen waren aan Boudewijn, als
markgraafschap, in leen. Wat de laatste aangaat, daarvan
geeft de geschied-zang, naar welks aanleiding wij dit schrij-
ven, de blijken. Boudewijn, aan het hof van Karei oi)ge-
voed, had er diens schoone dochter Judith, de weduwe
van den Britschen koning Ethelbold, met wien zij slechts
zeer kort gehuwd was geweest, leeren kennen, en haar, met
toestemming haars broeders Lodewijk (den Stamelaar), ge-
schaakt en gehuwd. De bemiddeling van den Paus was
noodig om den vader der koninklijke gade met den loop
der zaken te bevredigen. — Der overlevering bleek die
gang en afloop nog niet romantisch genoeg, en de inhoud
der volgende regelen leert wat zij er verder bij uitdacht en uit-
werkte. Het liefelijk engelseh gedicht luidt als volgt:]
1 Hoe satis proLaturo Thcodoïicum H obüssc auno 988.
Auleriora vcro omuia _ iuccrta cl fabuils plena.
kicit.
1