Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 186 —
Gevaen liet men haer bringen
In den Haeeli voer de Overhejt,
Met vragen sy baer aenghingen.
Oft sy bleef by de dingen,
Die sy voorbeen had geseyt.
'tGeen, dat ick heb gesproken.
Blijf ick vast by, heeft sy verclaert;
Sy mochten 't vuyr wel stoocken,
Om branden ende roocken,
Sy was daer niet voer vervaeft-
Een wasser die daer taelde,
Vraechde noch van 't Sacrament,
Daerop Weynken verhaelde.
Dat meel was dat men maelde,
En 't broot eenen duyvel blent.
Hy seyde: ghy moet sterven
Ist saeck dat ghy hicrby blijft,
Maer om 't rijck Gods te erven
En de croon te verwerven,
Was sy door Gods cracht gestijft.
Dus ist oordeel
gegeven,
Dat sy sou worden verbrant,
Maer, door Gods geest gedreven.
Gaf sy wilhch haer leven
Over des Heeren hani
De monick sach men loopen
Om de vrouwe, met zijn cruys;
De leugenen met hoopen,
Ghinck hy aldaer ontknoopen.
Om haer te brengen tot confuys.
Hy haer also seer quelden
Dat jammer was en verdriet.