Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 185 —
Pieters ende an eenige biechtstoelen van den Cermynaris-
sen zekere dilfamioense cedellen gecliemt, seer injurioselic-
ken Inydende, zoewel opten Schout, die een rechter is
van keyserswegen, als opten Religiösen, contrarie den
ediete der Keis. Maj. luydende van woirde tot woirdc gc-
lijck liiernae volcht":]
Dees stoel wil men vercoepen ende nyet verhueren.
Want die biechtheynxten seilen hyer nyet dueren,
Dat waerom seldy corteliek hoeren,
God wil men sals nyet langer smoereu.
Dese vier stoelen zijn al te eoep ende nyet te huyr,
Want wat men hier coept, tis arch ende al te duyr.
Siet toe, siet toe, o lieve schout.
Wee u, want gy den cappers thoeft op hout.
Gy,
Voe
'oer alle monnicken, of tsal u rouwen.
1527.
Weyntjeii Claes.
De Heere moet zijn gepresen
Van zijn goedertierenheyt,
Dat hy altijt wil wesen
Bij die nieu zijn verresen.
En hebben *t quaet afgeleyt.
Dit mach men elaerliek sporen
Aen de vrouwe Weynken Claes,
Uit God zijnde geboren.
Wiens woort sy had vereoren.
Tot liaerder troost cu solacs.