Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 184 —
Die heeren weenden seere,
Sy hadden groot verdriet
Ai om Borbon den heere.
Dat hy soe droeffelie seiet.
Die knechten maeeten groet misbaer:
Sy en wisten wat bedriven;
Deen wrane sijn handen, dander trac sijn haer:
„Ons troost hebben wy verloren,
Ende ooe ons toeverlaet!
le bidde Jesum nntvercoren.
Dat hy sijn siele ontfact!
Ghetronwen dienst heeft hy ghedaen.
God sal wel een ander verwecken.
Die dien keyser ooe sal bystaen!"
Wy moghen wel bedriven rouwe
Om Borbon den capitein goet,
Ende voir Wassenare ghetrouwe;
Hy heeft ooe ghestort sijn bloet.
Ter eeren den keyser, dat es waer;
Men mochte gheen ghetrouwer vinden.
Dan dese twee int openbaer.
1S26.
Beginselen der hervorming te Leiden^
[Beeds in Mei 1522 , was er in Leiden eene bepaalde
waarschuwing vau de stedelijke overheid tegen allen uitge-
gaan, die „Maertyn Luthers boucken met woirden willen
defenderen" of ook slechts „deselve boucken by hem hou-
den, al in cleynicheyt van den keyserlicken geboden" en
werden zij met „ straffe en korrekcy" bedreigd. Het kwaad
broeide echter in stilte voort, en vier jaar later, op den.
IQcn Jan. 152G, vond men „au die kerckdocren van Sinte