Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
, — 183 —
„Menich slach hebbic ghesleghcu,
Te paerde ende ooc te voet;
Groote victorie hebbic ghecreghen
Ter eeren den keyser soet;
Menich Icet hebbic den coninc ghedaen ;
Daer hy quain al voir Pavien,
Daer en mocht hy my niet ontgaen.
Melancn hebbic inghenomen.
Met meneghen crijchsman vry;
De paus hadde dat vernomen.
Die sant hem goet volc by.
Sy meendender my wel af te slacn,
Die Veneetsianen quamen ooc mede;
Maer ten wasser niet wel vergaen.
llcel Ytaliën hebbic ghedwonghen,
Ter eeren den keyser lier;
Koomen hebbic bespronghen:
Daer bennic comcn int dangicr.
Het ghebuerde, al in den tweesten slach,
Daer bennic al deerlic doorscoten,
Daert so menich man ansach.
Och! adieu Karei, lieve neve!
Het moet nu ghesceyden sijn;
Nu moet ic u begheven.
Het sceyden doet my pijn.
Ic waende met n te winnen dat helich lant.
Nu moet ic emmer sterven.
God blive nu dijn ondcrstant!
Adieu, ghy edel heere bouwc,
Adieu, graef Joris van Sassen goct,
Weest doch den keyser ghetrouwe.
Dat biddic u, vri edel bloet!
Adieu, vice-roy dc Napels vry.
Nu moet ic van u sceyden:
Gods bcrmerticheyt sta my by!"