Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
, — 180 —
Veur ons en quam noyt blijderen dach.
Daert menich sach, Ghevielt, o wach!
Omtrent Pavijen in den strijde;
Hi wert ghegrepen in den slach;
Noyt quam niemare int lant so blijde.
Ghy, Vlaminghen, weest tot vreucht gheneghen,
Niemant ter werelt en macht verbien.
Al tpeupel bleef meest daer doot ghesleghen.
Nauw moeht er eenich man van ontvlien.
Lof God van dien, Diet liet ghescien!
Wy hopen noch van goeden tijde,
Lof hem, die ons dus quam versien,
Noyt quam niemare int laut so blijde.
Godt-vadere, vol alder deuchden.
Nu dancken wy u in ele conroot.
Dat ghy onslieden gaeft dus vele vreuchden
En de victorie door dit exploot.
Den keyser groot, In elcken stoot.
Altoos bewaert en sijn ghesmijde,
Ghelijc ghy ons helpt in den noot! —
Noyt quam niemare int lant so blijde.
II.
Eenen Oosterijcschen edelen Arent vercoreu.
Te Ghent geboren, heeft om zyns iongen bevrijen,
Sijn ionghen uutghesonden, seer scherp van sporen.
Na den Conuic der Leliën, tot voor Pavijen
Die des Arents iongen daer wilden bestrijen,
Maer God heeft de victorie den Arent verleent,
Eortuyne valt dicwils anders dan men meent.
Die Conine der Leliën wicrt daer gevaen.
Den Arent onderdacn moest hy doen blijven: