Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
, — 179 —
Slag bij Pari».
bll PaVIen, daer dlVersChen prils laCh,
fLaVde de LeLIe op sente Matthlls daCh.
[De roekeloosheid en ijdelheid van Prans I dreven hem om,,
tegen den beteren raad zijner oudere en ervaren veldover-
sten in, het spaanseh-keizerlijke leger slag te leveren,
en zijn eigen ridderlijk gedrag in den strijd neemt de on-
vergeellijkheid niet weg eener handeling, die het leven van
duizenden der zijnen zoo liehtvaardig ten offer bracht;
evenmin als de bekende zinsnede, waarmede hij, aan het
einde trouwens van een nietsbeduidenden brief, zijne moe-
der, Loïze van Savoyen, het onheil, hem en zijn leger
overkomen, mededeelde. Hij zelf werd, als bekend is, ge-
vankelijk naar Spanje gevoerd, en raakte eerst na ecu
jaar tijds, bij de vrede van Madrid, weder vrij. Dat de
schitterende zege van het keizerlijke leger in Nederland
weerklank cn deelneming vond, laat zicii bij Kareis be-
trekking daarop licht verklaren.]
I.
Met vreuchden wert hier ecu liedt ghesonghen
Den keyser teeren, dat edel bloet.
Die nu sijnen vijant heeft bedwonghen.
En plat gheworpen onder den voet.
De lely zoet Verliest den moed,
Bourbon 1 vaillant bewacrt ons zijde;
De vrancsche coninek is in ons behoet,
Noyt quam niemare int land so blijde.
Boui^ongnen cn vreest nu geen verstranghen,
Ghy, Vlaendrens leeu, scuwet zwaer gheclach [
De vrancsche conine, die is ghevangheu,
1 Hertog Karei vau Bourbüu , zie benedcu bl. 182,