Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 169 -
Crank in victorie;
Maar die Geldersclie, sterk van tceringe,
Slap van neeringe,
Cloek in den velde.
Maar dorre van gelde,
Vroom van moede.
Maar cleyn van goede.
Doch onversaegt int strijden.
Dus wilt u verblijden,
Ende de Hollanders niet achten,
"VVant sy moeten versmachten,
Ende sy souden tbecopen,
Waer tbeslaut uytgeloopen.
Tegcns mijn danck,
Ist zes maanden bestand.
[Groote Pier stierfin *tjaar 1520. Zijn tijd- en land-
genoot, Petrus Thaborita, heeft ons de volgende krachtige
en getrouwe beeltenis van hem geschetst:
Van deese Pier was grote spraeck in Hollant, in Bra-
bant, cndc in ander lauden, van sin grote stercheit ende
gruwelicheit, ende van sin grote oghen; ende sy maectent
groter dant was; mer nochtans wasset ecn groet, swacrt
man mit grote oghen, grote schouwer, ende een groten
baert, ende gruweliken van aensycn, sonderlingh als hy
toernich was; ende hy was grof ende plompt van spraeck
ende wesen; want hy en conste nyet bequaem spreken voert
recht ofte voer heeren; mer mit sin grove Eryesche slaghen
quaem hy mede vort, ende dal giiyngh hem alsoe pomp
of, dat alle menschen, die daer by stonden, worden be-
weghen tot, lachgen; eude hy was froem eude fel op die
vianden, mer hy was redelyk van herten als een Kersten-
man, want hy. hadde een guede meyninck; want sin mey-
ninghe was om Vry eude Eryes te wesen, ende omt laut
in guede staet te brenghen endo toe holden; want hy
hadde liever by sin ploech ghcgaen, dan hy gheorlocht had-
de, hadde hy sin laut myt freede moeghcu bouwea ende
bewonen; want hy was een eyghcii-erft man, want hy