Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
, — 168 —
En winnen mijn sloten met elcker handt.
Wij souden lustigli vechten,
Mitten knechten."
— „O Hartogh van Gelder, dat doe ick met;
Ick mochter my brenghen iu swaer vei;driet,
In alsoo groote ellenden:
Den Keyser, dat isser so machtigen man,
Mocht ieghen my nemen den oorlogh an,
Bourgouje algemeyne,
Groot en kleyne.
4517.
Groote Pier.
[Groote Pier, de bekende friesche zeeschuimer, was
eerst een welgestelde boer van Kimswert, maär had zich,
door de krijgsbenden uitgeplunderd, ter ^ee begeven,
en schuimde daar met de zijnen in dienst van den krijgs-
zieken hertog Karei van Gelder. Hij plach zich spottend
koning van Eriesland, hertog van Sneek, graaf van Slo-
ten, vrijheer van Hinlopen, kapitein-gen. van de Zuiderzee
te noemen, en maakte zich bij de Hollanders niet weinig
geducht. Het bestand, waarvan hier sprake is, is dat,
hetwelk op den 17en Sept. tusschen Gelder cn Borgondië
gesloten werd].
Een stuyrman ter doot
Acht de Hollanders bloot;
Al sijnse groot van rade,
Sy sijn slap van dade.
Sterk van partijen,
* Crank in t strijen,
Hoog van glorie.