Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
, — 167 —
„ O Hartogh van Gelder bint ghy er in huys,
Öo st^gckter u hooft te venster uyt,
In also koelen Meye;
Ghy hebter de Ilollantse koeyen gehaelt,
Sy komen om geit, seliickt dat ghyse betaelt
Of brengtse weer ter weye ,
AVeer ter weye."
Den ïïartogh al op sijn bedde lagh,
En hy tot den sehilt-kneeht sprack [al sacht]
„Wat hoor iek daer voor knechten?"
Hy seyde: „ Wel-Edel Heere goet.
Dat is er Bourgonje, dat edel bloet,
Bourgonje al gemeyne,
Groot en kleyne."
— „Nu zadelt my mijn beste paert!
Mijn harnas ende mijn blancke swaert!
Na Vrankrijck wil iek rijden:
Den Koningh dat isscr mijn vrient so groot;
lek hebber so langlie ghcgetcn sijn broot; ^
Hy laet my in het lijden,
tGcnen tijden.
Alsser den Hartogh in Vrankrijck quam
Den Köninck dat oock seer haest vernam:
„ Weest wellekom, Hooghgheboren!
Iek siender aen uwe bruyu oogen so, wel.
Dat laulje van Gelder dat leyt er rebel:
Het gaet met u verloren,
Ja verloren."
— „O Köninck van Vrankrijck, mijn lieve neef,
lek soadcr u bidden om eene beed,
Om twintigh duysent knechten;
Daer soud iek mee trecken na Gelderlant,
1 Karei was vau 1487 — 1491, in lichte pevangenschap, aan het fran-
fcbe hof gewcest, ^vaalaau hij door zijne moeder verwant was.