Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 16G —
Die couiüc viel ootmoedelijc
Op beide sijae kmou;
Hi bat Gode van heineb-ije,
Dat hem gracie mocht geschien.
Die stierman totten eoninc sprac:
„ Wel edel Here mijn!
Mi dunct ie höre die voghelen shighcn;
Ic hope het sal wel sijn."
Doen si in in Enghelant quamen ,
Men hiet hen willecoem sijn;
Meu schanc hen daer te drincken
Den alderbesten wijn.
Van daer so ghinghen si seilen
AI na dat spaensche lant,
Met onser edelder vrouwen,
AI in behoudender hand.
1516.
Karei van Gelder*
[Wij brengen het onderstaande lied op dit jaar, omdat
ons dit het meest gepaste voorkomt. Frankrijk was toen
door het verdrag van Noyon met Borgondië verzoend, en
Karei, wiens zwarte bende in Noord-Holland geroofd en
geplunderd had, was van daar het Sticht getrokken, en door
Hendrik vaVi Nassau van voor Asperen verdreven en naar
Gelder geweken; maar werd door Hendrik op den voet
. gevolgd en nu in Arnhem door hem belegerd.]