Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 165 —
leur ehauts luusicaulx, quant ils virent le roy leur mais-
tre, la royne et leur noble séquelle, avoir passé eet oul-
trageux tourment, et estre abordez en terre plantineuse,
fertille, et de très bonne eongnoissance. — Chroniques de
Jean Moîinet; chap, cccxxxiv].
AVie wil hooren singhen
Een druckelije nieu liet
Van den conine van Castiliën,
Hoe dat hi uten lande schiet;
Trompetten ende claroenen
Dede hi so sere slaen ,
Dat si alle souden eomen
Die met liem wilden gaen.
Als si opt water quamen,
Daer geschiedde jammer groot;
Die schepen vloghen van mfilcander.
Si waren alle in groter nood.
Die conine sprae: „Joanna,
Wel edel vrouwe mijn!
Dat is bi uwer schulden,
Dat wi in desen node sijn."
Die conine totten stierman sprac:
„Wel edel stierman fijn.
Nu brenghet mi weder te lande.
Mi en roect niet waer wi sijn."
Die stierman totten conine sprac:
„ Wel edel Here mijn!
Ie en can u niet te lande brenghen;
Ic cn weet niet waer wi sijn."