Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 155 —
Niet langh daernae, liet was by nacht,
Jarich Hottingha i was daer verdacht,
Hessel Hoerna^, Epa Aylwa^, mit hoer macht,
Douwa'i lloerdmers hoert mede oeck ant gheslacht,
Sie mittlen hebben een raet ghesloten,
Hoe dat sie Harlinghen wolden inlopen.
Den heren van Eraueker hebbenst ondect.
Die meent is uut den slaep gheweet:
Thoe elf uren wast voer midder nacht,
Jarich Hottingha ghiuck mit al syn eracht;
Uut Eraenker gingheu sie doer die mist,
Dat daer nyemant vanden ander wist;
Nochtans hebbenst doer die mist vernomen;
Sywrd Lywazoen ^ is heymelieken by hem eomen.
Daer ghinghen sie dwalen doer den dou.
Jongha Eda was oeck van harten trou.
Als hy bewees op Coernwerder toern: ^
Haddet ontset ghedaen, hy haddet verloren.
Hera Hottingha ? knechten hebbent gheroken:
Sie ghiughen oeck nae Harlinghen soecken,
Hessel Hoerna quam starck inryden;
Bocka Ennes ^ ghinek in die bonen glyden.
Hessel Hoerna heft hem daer belopen;
Daer most hy dat Groningher verbont becopen.
Hy sloech sijn handen, hy riep: wopen!
Die sehalck had daer langh nae ghelopen.
Hessel dede hem sijn biecht daer hoeren;
Bocka Ennes heeft hant ende voet verloren;
Mit enen hellebaerd wort hy gheabsolwiert.
Hessel is weder in die stat ghekiert.
Het gherucht is eomen opt bolwerck scliier.
Die knechten saten meest byden bier;
Eick was soe droueken als een stier;
1 Hoveling te Franelcer. 2 Hessel Martena van Terhoro, Sch.
3 Van Witmarsum, Sch. 4 Velkooper.
5 Reyma (.van Arum'i, Sch.
6 Waarop hij door de Rolwerders belegerd maar door de Franekei-s
ontzei was. 7 Hoveling fe VVöiiitnels, en broeder van Jaiich.
8 ,, Voevlooper" in dienst van Ju Jdwinglia (voor wien hij o. a. ds
geldersche knechten gehaald had-, zie boven bl. 150).