Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 152 —
Ende hebben sie van hoer heerlieheiden beroeft.
Mitten Vetkopers deden, sie hen eerst verseilen,
Hoe sie die Sehyringhen mochten quellen.
. Hoer huesen hebben sic eerst omgheworpen:
Doe mochten sie schatten in alle dorpen;
Vanden landen deden sie tschat eerst halen;
Die beesten mosteut mede betalen,
Die ponsmaet een stuwer, die koe een halff,
Üeck moest geven tscaep, peert, ende kalff;
Oeck mostmen ghien gueden vereopen.
Men most eerst nae Groninghen daer mede lopen.
Die hoveline^hen ^ hebben sie seer verneert.
Oesterlant hebben sie alheel omghekeert;
Die heren waren, die worden knechten.
In Westerlant woldenst oeck berechten.
Als ghy noch hoeren sult van desen:
Dit most men eerst ten eynde lesen.
Den Keyser hebben sie groet schat beloeft,
Ende hebben hem van sijn lande beroeft.
Als heer üito van Langhen 2 dede hier scgghen.
Doe vonden sie een anderen raet;
Dat dedensie om hoer eyghen baet.
Vrieslant woldens vanden keyser bellenen.
Sie meenden, het sold hem seer wel dienen.
Breven hebben sie anden keyser ghesant^
Üm te copen dat Westerlant.
Sic sint in des keysers hof ghccomen;
Ende groet schat hadden sie mede ghenomen.
Daer dedens schat ende brieven ondecken.
,, Wat willen dese Westvaelsche ^ gheeken ? "
Die boden stonden seer confuys:
Och! waren wy to hauts al weder tho huys!
1 Dc Jlceren.
2 Domproost te Meints. door keiznr Frederik in 1492 gezonden om
het land te bevredigen. Hij was den Frieten echter weinig welkom , eo
,,do* Mr. Otto toe Bolswert was, so riepen die kinder by der straten;
Heer Otto van Langhen
Sal men morghen haaghen." {Thahor.)
Z FrictJand behoorde tot de westfaalsche kreits.