Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 151 —
Want te voren gliedaen, ende na bedacht
Heeft menieli mensche in lyden gebracht;
Mer te voren bedacht, wat nae mach eomen.
Heft menich man seer vaeck doen vromen.
1491—1496.
De Oroiiinj^ers In Frieshin«!.
[In 1491 hadde de oostergoosche Vetkoopers en hun
aanhang de Groningers, tegen de kwelling en druk der
Schieringsche edelen te hulp geroepen; waartegen de Sehie-
ringers van Westergoo in het volgende jaar zich onderling
vereenigden, om „dat verbont te behinderen," en „Vries-
lant weder te brenghen ende te holden in synre vriheit, na
de keiserlickc privilegiën ende vrydoeme." Het gelukte
hun echter eerst in het jaar 149G, dit, vooral door de
kloeke houding en krachtige medewerking der Franekers,
ten uitvoer te brengen, en „alle Westergoe blyde" te
maken, „ dat sie van de Groningers waren verlosset." Het
volgende, uit schieringsche pen gevloeide, berijmde ver-
haal bezingt, onder den naam van Groningher Passie, dit
blijde beloop van zaken, en de nederlaag der Groningers,
Het IS verre vau hooge poëzy, maar geeft een getrouwen
afdruk van deu woesten aard en het ruwe bedrijf der Frie-
zen van die tijden.]
Hoert wonder groet wat is gheschiet.
Vrieslant stond in groet verdriet.
Groninghers hebben hem wel bedoeht; r
Partye hebben sie in Vrieslant ghebroeht.
Vrieslant ghenoemt heeft vele heren,
üesterlant deden sie eerst begheren.
Daer hebben sie hoer verbont ghemaeet.
Abten, Prelaten hebben sie eerst gheraect,
Ende hebben daer voel dingiien beloeft,