Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 148 —
Met sijnre princesse, troulijc engieu.
Doir den wiüecome, die men hen sach bien.
Wel weerdich dat men maoli vermanen,
Mocht elcken die oogskens van vruechden tranen.
Ons eerdshertoghe sant sinen provoost
Ten dry coningen, voor alle saken.
Als een die was der ballinghen troost,
Daer elk ballinc bleef op sijn propoost:
„Graoie! gracie laet ons ghenaken!"
Met luden voysen datse spraken:
„Heere, wilt ons in ghenaden ontfaen.
Vergheeft ons wat wy hebben misdaen!"
Als ons prince quam ter poorte,
Quamen daer noch ballinghen een deel.
Die lant noch ghelt en hadden na die behoorte.
Die om gracie riepen, tharen confoorte.
Om in Brugge te comen, dat lustich pryeel.
Grave Philips namse -in genaden geheel,
Ende maecte verhuecht die bedructe sinnen:
Als Heer leide hyse ter stede binnen.
Met processiën, soot wel betaemde.
Was ontfanghen dat edel greyn.
Op sinte Hubrechts brugge daer versaemde
Gleen en groot, hem willecoem raemde.
Met eener personacdgiën certeyn
Die poorterië, die was ghemeyn
In die Gaustrate, op een stellage.
Met trompetten, met ghelude makende rage.
Met tortisen ende met schoonen lichte.
Een groote menichte, soot was aenschijn.
Tot op die Meiilenbrugghe even gedichte,
dWelc om sien was een scoon ghestichte,
Daer die üij neringen lüelden haren termijn.