Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 147 —
Die stadt-besworen van sijnent wegen,
dWeie hier voormaels is gedaen,
Is grave Philips, naer edelheits plegen,
Eude oick die stad te houwen ghenegen
Goet ende van weerden, hoordick vermaen;
Den xvijei daeh in Meerte, heb ick verstaen,
Maecte men die heilige kercke bereet,
Daer grave Phil^s soude aengaen
Doende sinen kerckelicken eedt.
Als hy te hove was raet ßijnre vrouwe
Ghinek men costelijck bescincken.
Vergetende alle voorleden rouwe,
Daer hem toe dwauek volmaeete trouwe;
Die vruecht was groot, mach men wel dincken,
Triumpheren, eten, ende drincken,
Willecomende in der vlaemscer erven,
Roepende elck met woerden die dincken:
„Wy willen nu allen druck afkerven, ^
Ende met u, Hecre, leven en sterven."
Filips in nriiggc.
Hoc Brugge bedruet was voorleden,
Door tderven ons princen hoge gheboren,
sGelijes so sijnse nu bat te vreden,
Ende hebben ghetoont vele vrolieheden.
Door diueoemste, so elek mach hooren.
Heeren ende wet, der stadt eedt-gesworen,
Hebben ontfanghen dat edel bloet;
Hy eest doch weert wat men voir hem doet.
Den minliken ontfanc moet ik bewisen,^
Hoe jugen ende wet lagen op haer knien.
Buten der stadt, dwele men mach prysen,
Dacrse dacrtshertoghe dede rysen.