Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 140 —
Wat dat haer broeder autwoorde laet ic lijen,
Daer af en wil ick niet meren een haer;
Maer hij seyde: „Suster, wilt dat vertijen.
En wilt n des weenens doch vermijen,
Ghy maeet ons alle moedeloos en swaer;
Het sceyden van n gaet my so naer.
Doch heb ick u woorden wel onthouwen;
Men seyt ghémeynlijc, ende tes oick waer,
Langhe borghen en is niet quijt ghesconwen."
■— „AVel broeder, so neem ick orlof dan.
Groet my den coninek onsen vader seere!
Den rouwe comt my so vloyende an,
Door tsceyden van den edelen man,
lek duchte ick en siene nemmermeere;
En groet my sijn coniughinne, vol alre eere,
Onse stiefmoeder, die dochter van IMylanen,
Dat bid ick u hertelijc, broeder en here!
Mijn oghen vloeyen so vol heeter tranen,
Doer tsceyden, ick en kans niet meer vermanen."
Dus nam sy orlof acn tBrabants pryeel,
Acn Lovene, Bruessel, Antwerpen, en Bossce mede,
Acn Lyere, Hcrentals, en aen cleyu steden een deel,
Aen Hollant, Zeelant, Vlaendern ghehcel.
En acn Berghen en Mechlen, die steden,
Beminnende haren prins, vol der getrouwichede,
Ende in feyten van orloghen dicwijl ghedieut,
En bighcslaen met cloecken beden,
Daert hem was dicwijl qualijc ghesicnt.
„Alle \i landen gheheelijc sijn u vrient."
Die edel Margriete doen orlof nam
Aen hacrs broeders landen ghepresen.
Die hem toebehoorden, daer sy oyt quam,
Haer bcdanckende der goeder jonsten lofsam,
Ende der eerbaerheyt, diese haer hadden bewesen —
Al mocht ick u daer af wat scgghen oft lesen.