Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 339 —
Dies wertse rouwich van sinne;
Want haer broeder bracht haer, ton ghescee.
Sint Jans vrientscap ende sinte Geertruy minne;
Dies haer gliinc alle droef heyt inne.
Met vruechden datse droncken cn aten,
Also ghy hooren moecht en verstacin,
Ei^de bedreven blijtscap boven maten;
Maer menighen traen was daer ghelaten.
So wanneer die maeltijt was ghedaen,
Ende men van sceyen dede vermaen.
Als niet meer tansiene haren broeder.
Doe worden haer dooghen met tranen bevacn.
So elck bi reden mach wesen vrocder; —
Cristns wil wesen haers scips stierhoeder!
Hoort hoe Margriete, dese maghet reene.
Haren broeder te voete viel op haer knyen.
Bedroeft van herten, bevaen met weene.
Hem dagende dat haer was gedaen tc clccne.
En haren vader, dat coninclijc cngyen.
Noch bad sy om in paise te houden, hoort mijn bedien,
Sijn landen, met soeten woorden ende goeden vermanen.
Dat alle die hoorden haer dese woorden bedien.
Edel, onedel, — ic soude wel wanen.
Dat hem die oghcn vloeyden vol tranen.
„Ay broeder, als ic ben van hier ghetoghen.
Die confusiën moet ick al vergheten.
Die my ghedaen is, int claer betoghen;
Daerom broeder, thooft sijnde boven alle hertogen,
Ende grave in menighe landouwe ghesetcn.
Al die vieleynichcyt, willet weten,
Die my die coninck van Vrancrijck i boot,
Begheric, broeder, na mijn vermeten.
Dat ghy vergheeft, door Cristus doot,"
1 2i« het vorige lied.