Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
^ — 133 _
Die misdadighe rechtvaerdelijc te doen corrigieren.
Want David seyt dat die reeliter salieh ontladen is.
Die altoos recht doet eert int verspaden is.
Want naer die misdaet salmen eiken pnnieren. —
Nu, elek sij genegen, niit devoter manieren,
Gode voor den roomsch coninek te bidden seere,
Ende voor hertooeh Pliilips, sijnen sone, onsen erfheere.
Al bin ic oncohstich,
Ic blive gheionstich. '
1493.
Margarctlia*» beklag. 1
Quant une fleur, yssant d'aitre d'honneur.
Est entree en vergier d'un seigneur.
Noble puissant et riche gouverneur.
Et qu'elle croist en toute souffissance.
En force, en bruit, en beaulté, en verdeui.
En fruit, en grace, en louange, cn grandeur.
En pureté, en substance, en odeur,
C'est mal de lui oster force et puissance;
Pour moy, chascun en a eu cognoissance.
Moy, Marguerite, de toutes fleurs le chois,
Ay esté myse au grand vergier franchois,
Pour demourer, croistre, et hanter ainchois
Que feusse grande, emprès la fleur de lis:
Là ay receu tous biens et tous esbanois, *
Là ay veu joustes, dansses et tournois.
Et maintenant je vois, et sy cognois
1 ,.Door liet Tredesverdrag van den 23 September 1482 werd dc jonge
Margaretha, naauwelyks twee en een half jaar oud, bestemd om acq het
hof van Lodewyk den XI, tot gemalin van deu franschen erfprins, op-
gevoed le worden. In Apnl 1483 werd zy overgeleverd; doch na den
vrede van Senlis (23 Mei 1493) zond men haer, onverrichter zake, naer
haer vaderland terug. Hierover deze Complainte, die de heer Allroeyer
in zyne Marguerite d'Autriche, page 207, voor een opstel der vorstin
houdt, wat echter zeer twyfclaclitig is." Wiilems.