Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 126 —
Wat heeft u Delff of Leyden misdaen,
Ghi nijders, dat ghi wt zijt om haer te bederveu,
Waendi hem lieden soe haest den moet verslaen.
Neen ghi; trouwen sy sijn te vast ghestaen,
Wt vreese uwer dreyghinghe si niet en sterven;
Al moeehdi int eleyue uwen wille verwerven,
tGrote sal u heraden noch menich leet.
Want wrake der sonden wort u bereet.
Delif, Dordrecht, Haerlem, Amsterdamme mede,
Leyden, Goude, Scoonhoven, dese legdi laghen,
Üm in te nemen onder tdecxsel van vrede;
iMer wi hebben exempel an Rotterdamme, die stede,
Daer ghi in zijt, twelck.si beclagiien;
Jonker Frans van Breederoede, u naken plagen.
Dus eu lacht niet te luyde, in quaetheden versteent';
Want die voren meest lacht, wel na meest weent.
Aman socht veel subtyle saken,
Om die ioden te bringhen inden noot,
Ende om Mardocheo so dede hi maken
Een galghe onder zijn eyghen daken,
Maer hi was deerste dier an smaeete die doot;
Siet toe intijts , Goods gerechtieheyt is groot,
Ghi meent heel los te zijn van snevene
Mer den dach, die genaect, van rekeninge te ghevene.
Hi is puer nijdich, so Aristotiles serijft.
Die druck heeft in ighene daer hi in soude verblidcn,
Ende dese valsche nijdicheyt in u beclijft.
Want ghi droeft om dat eendrachticheyt verstijft,
Tusschen den steden int hollantsehe bevrijden;
Laet ghi desen nijt niet in corten tijden,
U leven eortende, sal u die doot om welven;
„Want een nijdich herte dat doot hem selven."
!Montfoorde, ghi hebt ooek u keuren ghetooeht,
Vcrraderlijck ende niet nae edelheyts pleghen.;