Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
-- 115 —
Als op mijn schouder elopt een heer.
En een baghyne my noot seer.
En my een loes man sweert by trouwe.
En mijn aenlaeht een schoon ioncfrouwe.
En mijn een non biet haren mout.
En mijn aenwispclsteert een hont.
So heb ick gewonnen noch verloren,
Maer blijf al als ick was te voren.
[Vers en verhaal schetsen den billijken tegenzin van het
gentsehe volk tegen de afhankelijkheid van Erankrijk, waartoe
een huwelijk met den dolfijn van dat land zou geleid heb-
ben; alleen wordt er Maria een rol in toegedicht, die wel
sommigen harer raadslieden (Hugonet en Himbercourt, en
aanvankelijk ook hare moeder) minder echter haar-zelve
toekomt. Haar persoonlijke afkeer van een huwelijk met
het frausche prinsjen, en hare genegenheid tot Maximiliaau
zijn bekend. — Het vers zinspeelt niet onduidelijk op de
onvruchtbaarheid, zoowel eener naauwere betrekking tot
Erankrijk voor Borgoudie, als van een huwelijk met een
achtjarig kind, als de dolfijn, voor Maria, die, als liare
goevernante het krachtig uitdrukte „estoit femme a porter
enfant" (Commtnes). Maria's keus zoowel als die harer on-
derdanen besliste ten voordeele van Maximiliaan, zoodat:]
Marie als bruyt in Ghendt skeysers sone ontfinc,
Achtiene in Üugst, den edelen iongheline.
1482.
Haria*s dood.
[Een val met haar schuwgeworden paard, in Maart 1483,
bracht der vijfentwintigjarige vorstin den dood. Vrou-
welijke schaamte weerhield haar de gevaarlijke kwetsuur
te ontdekken, en na eenige dagen lijdens gaf zij, op den