Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 112 —
Mijne gheminde, iek biddu hertelick,
Aensiet hoe lettel mijn voys gheacht es,
Kemedicert mijn lijden smertelick,
In also varre alst in u macht es;
Een weese, een maecht, die dus vaeracht es.
Van hem, die my ter vojiten hief^!
Ach, doet my bystant, eert al versmacht es,
Noeyt volc so goede cause besicf.
Betraut in Gode, hebdy my lief, ' I
Voor een maeóht vechten es eer ende vreucht,
Raept moet, ghi bliischt hu eyghen grief.
God sal ons helpen by sijnder duecht;
Oec biddic hu minlic: hebt, of ghi muecht,
Eendrachticheyt tsamen, wats ghescliiet.
Ne weist in sijn 2 heireracht niet onghehuecht;
Int meeste volcx licht die victorie niet,
Eere, winst, ende duecht mijn siele hu biedt.
By my, als ionghe prineesse clecue,
, Doet bystant, dat hu God vruecht verleene.
„ Ende datselve gheserifte was ghesonden int ghendtsehe
ende int brugsche leger, ende was alomme wellecomme."
1 Lodewijk XI, die haar in Febr. 1457 ten doop gehouden had, eti
naar zijne moeder Maria had genoemd. 2 Lodewijks.
„Up den dach van Meye, welc was Assen-
woensdach, so was een processie-generale ghedreghen tSinte
Cruys buyten, metten iij fierters, te wetene s. Donaes,
s. Bonefacius, ende s. Loy, om onsen Here te bidden dat
alle dingen salichlie vergaen mochten."
Merckelic es nu int laut van Vlacndren,
Gommende raoeyte ende grote onlede,
Conine Lodewijc wil ons slaen in spaendren.
Gracht doende sijnder niehte ende mette mede