Boekgegevens
Titel: Herinnering aan Petrus de Raadt
Auteur: Kramers, J.H.
Uitgave: Rotterdam: Kramers, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 674 D 42
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205848
Onderwerp: Pedagogiek: opvoeding binnen opvoedingsinstellingen
Trefwoord: 1800-1900, Pedagogen, Bibliografieën (vorm), Raadt, Petrus de
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Herinnering aan Petrus de Raadt
Vorige scan Volgende scanScanned page
0:2
berispingen te doen, zonder hun het gemoed te doen
ontsteken in oproerig ongenoegen: dat alles is voorzeker
geene ligte, geene gemakkelijke taak.
Maar zouden nu, niettegenstaande al het genoemde,
voor den onderwijzer, die bier bedoeld wordt, zijne
ambisbc/.igheden niet vermakelijk zijn? zouden zij niet
van eene menigte aangenaamheden vergezeld gaan? Wat
het laatste aangaat: zijn oog wordt den gansehen dag
gestreeld, door de schoonste en treffendste voorwerpen.
Wat is toch te vergelijken bij die ontluikende, blijde
en onbekommerde aangezigten, aan dewelken de onschuld
eenen zoo lioogen graad van bekoorlijkheid geeft, bij
die vrolijk tintelende oogen, die blozende wangen, dien
eerbiedigen lach, die zijn vaderlijk vertcederd oog telkens
onthaalt op het gezigt van vlekkeloos witte tanden, die
tusschen het bekoorlijkste rood van twee lieve lippen
uitschitteren? zijne ooreii worden onophoudelijk vergast
op de betooveretidste geluiden vooitkornende uit reine
borsten en gladde kelen, aan dewelken nog geene bui-
tensporigheden des levens, noch de verwoestenden hand
des ouderdoms eenige ruwheid gegeven hebben ? Van
welk vermogen om te behagen, te veraangenamen en te
bekoren is de stem eens kinds niet! Ik vraag het u,
Vaders en Moeders, die mij hoort! Ik vraag het u
allen, die met eenig regt aans))raak maakt op den eer-
naam van kindervriend! Kent gij wel iets dat hierbij
genoemd mag worden? Ondervindt gij, bij de enkele over-
denking er van niet iets, hetwelk hem, die het zoude
willen noemen, de armoede der tale zoude doen gevoelen ?
Wel is waar, dat die hoog gespannen geestdrift, bij
eiken ouder, voor zijn eigen kind, natuurlijker wijze iets
uitsluitends heeft; maar de echte schoolonderwijzer ver-