Boekgegevens
Titel: Herinnering aan Petrus de Raadt
Auteur: Kramers, J.H.
Uitgave: Rotterdam: Kramers, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 674 D 42
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205848
Onderwerp: Pedagogiek: opvoeding binnen opvoedingsinstellingen
Trefwoord: 1800-1900, Pedagogen, Bibliografieën (vorm), Raadt, Petrus de
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Herinnering aan Petrus de Raadt
Vorige scan Volgende scanScanned page
01
gen en bedillingen van menschen wier opvoeding, volgens
hunne eigene bekentenis, of verkeerd, of verwaarloosd
geweest is, die dus van de zaken. Over dewelken zif
hunne goed- of afkeuring wagen, geene kennis ter wereld
hebben, en welke men echter moet voldoening geven
en te vrede stellen; het zorgvuldig in acht nemen van
het onontbeerlijk gezag, van die deftige houding, die
mannelijke meerderheid, welke den eerbied inboezemt;
zich te doen beminnen en vreezen tevens, door het
handhaven en dagelijks vernieuwen van de goede tucht;
het temmen, dwingen en bestieren van dat schepsel,
hetwelk xenophon beschrijft als het onhandelbaarste aller
dieren; beurtelings kastijden, bestratfen, vermanen, prij-
zen, beloonen, vleijen; kinderen te doen doen, dat wat
zij niet gaarne doen, en te weerhouden van dat gene,
waartoe zij eene heerschende neiging schijnen te hebben;
dikwijls in het geval te zijn van hun eenen smaak te
moeten doen verkrijgen, gelieel strijdig met die van
hunne ouders, zonder het ouderlijke gezag, noch den
kinderlijken eerbied te kwetsen; hen de letteroefening te
doen beminnen en het spel en de ijdelheid te doen
haten; hun liefde voor de deugd, vooral voor de waar-
heid in te boezemen en hen het snoode liegen te doen
verfoeijen: het liegen, waarvan zoo menigeen de heb-
belijkheid, uit het ouderlijke huis, mede ter sehoie
brengt; eindelijk, het verdragen van zoo vele redenlooze
ontevredenheden, het vergeven van zoo vele afwijkingen
van pligt, het ontzien van zoo vele zwakheden en
gebreken, het in acht nemen van zoo vele onizigtigheid,
om kinderen te onderwijzen, zonder hen te vermoeijen;
om hen in tucht te houden zonder hun lust en moed
te benemen, nog gemelijk te maken; om liun nuttige