Boekgegevens
Titel: Herinnering aan Petrus de Raadt
Auteur: Kramers, J.H.
Uitgave: Rotterdam: Kramers, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 674 D 42
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205848
Onderwerp: Pedagogiek: opvoeding binnen opvoedingsinstellingen
Trefwoord: 1800-1900, Pedagogen, Bibliografieën (vorm), Raadt, Petrus de
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Herinnering aan Petrus de Raadt
Vorige scan Volgende scanScanned page

m
waren hooggeplaatste personen in den Staat, zeer ge-
roemde in hunne wetenschap, zeer ervarene in hun
beroep, zeer gevierde door hunne geschriften met ge-
ringere van gehalte en gesteldheid bijeen. Hun aller
middenjmnt was eeu doode, maar van wiens leven ieder
iels in meerdere of mindere mate met zich droeg. In
ieder hunner was als een sterker of zwakker afdruk van
zijn wetenschappelijk of zedelijk wezen gestempeld, allen
behoorden tot het werk, dat hij in hen vermaakte aan
volgende geslachten.
Tot dat werk had hij zich geroepen gevoeld ; hel
onderwijzen namelijk en opvoeden van menschen, en
omdat hij dat verheven doel nimmer uit het oog ver-
loor , was hem het leven steeds eene yjiak van diepen
i-rnst gebleven.
Die ernst was de grondtoon geweest van zijn karak-
ter , dat werken aan opvoeding en onderwijs had zijn
geheele leven gevuld. Daaronder waren zijne krachten
versleten en had hij zich een vroegen ouderdom be-
reid. Hij zag zich genoodzaakt zijne aardsche taak als
afgeweven te beschouwen en — zijne verzwakking nam
langzamerliand toe. Te midden dier verzwakking verliet
hem het streven naar waarheid niet, en ernstig bleef
de ijverige opvoeder zich aan opvoeding wijden; liij
koos echter ditmaal zichzelf meer uitsluitend tot leerling.
Ook hierin liet hij de zijnen bevredigd 'zich van zijn
araf en van het huis zijner rouwe verwijderen. Die
hem tot den einde gekend hebben, mogen op goede
gronden verwachten , dat ook tot hem het woord gespro-
ken werd: Mijne kracht wordt in zwakheid volbragt.
's Gravenhage, den 2') Ajjril.
ii;